7de zondag. Jaar C. 24 februari, 2019. Jan Haen wordt 75 jaar.

Gepubliceerd op: 17/01/19

De dag dat ik geboren werd, 75 jaar geleden in Eindhoven, regende het daar Duitse bommen, vertelde mijn vader. Mijn komst in het levenslicht was luidruchtig. Maanden later regende het weer bommen in en om Eindhoven, deze keer Britse bommen. Ik werd daardoor zo woedend dat ik naar het kruisbeeld greep dat voorhanden was en begon op mijn moeder in te slaan. Tenminste, dat heeft ze mij verteld. U hoort het – ik heb een lange geschiedenis met het kruis en degene die daarop afgebeeld is, tot op de dag van vandaag.

Zojuist heb ik een kort stuk uit het levensverhaal van die gekruisigde voorgelezen. En dat stukje is behoorlijk confronterend. Jezus zei: tot u die naar mij luistert zeg ik: Bemint uw vijanden , doet wel aan wie u haten, zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat, keer hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. Geef aan ieder die u iets vraagt, en als iemand wegneemt wat u toebehoort, eis het niet terug. Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen moet gij ook hen behandelen. Daar komt bij, het verhaal uit het oude testament dat voorgelezen werd, en een voorbeeld geeft dat illustreert wat dat zou kunnen betekenen.
In dat verhaal wordt verteld dat David zijn aartsvijand koning Saul, slapend en onbewapend, aantreft. Saul was eropuit om David te doden, te vernietigen. Maar David gebruikte dat moment niet om zich te ontdoen van die levensgevaarlijke vijand.

In november verleden jaar was ik op de plek waarvan gezegd werd dat het de plek is waar dit verhaal van David en koning Saul zich waarschijnlijk  afspeelde. Daar vlakbij ben ik toen gaan zitten.  Het was daar mooi.  Het voelde goed. Ik voelde me sereen. David vond het niet goed om de Saul, die hem, David wou doden, te vermoorden toen hij de kans kreeg. Daar, op die plek, voelde ik een gevoel van volstrekte vrede over mij heen komen; volstrekte vrede met de hele wereld. Ik had op die plek willen blijven zitten en voor altijd dat gevoel willen vasthouden. Maar dat was irreëel.

De oproep van Jezus in het evangelieverhaal van vandaag is mijn inziens ook enigszins irreëel. Ja, het is irreëel, want vijanden beminnen lukt bijna niemand. Als iemand bij mij inbreekt, is beminnen niet het eerste wat bij mij opkomt. Nee, eerder woede, verdriet en angst. Als iemand mij slaat ben ik niet geneigd om de andere wang voor een volgende klap beschikbaar te stellen. En mensen zegenen die mij vervloeken omdat ik geloof wat ik geloof en ben wat ik ben omdat dat hen tegenstaat, dat gaat niet zomaar. De werkelijkheid is: mensen staan elkaar naar het leven, we laten elkaar verhongeren, verarmen en verdor­ren. Wij hebben onze mond vol van woorden als medemenselijkheid en naastenliefde, maar toch is vaak ‘oog om oog, tand om tand’ nog steeds favoriet.
Wijst Jezus ons vanmorgen een begaanbare weg? Of is het niet meer dan een droom, een onbereikbaar ideaal? ‘Bemint uw vijanden’ horen we Jezus vandaag zeggen. Maar is het al niet ingewikkeld genoeg om van mensen te houden met wie je het leven deelt! Hoe kan Jezus zoiets van ons vragen? Toch doet hij dat. Jezus vraagt om radicaal goed te zijn, om de radicale overwinning van het goede op het kwade.
En ik geef Jezus gelijk. Echter, ik zeg er onmiddellijk bij, dat als ik consequent zou handelen zoals Jezus deed, ik allang op een of andere manier gekruisigd en dood was geweest, net zoals hij. Maar dat ben ik niet - omdat mijn goede bedoelingen zijn doorkruist door andere belangen zoals het vermijden van pijn, van lastige waarheden, en dat eergevoel boven waarachtigheid gaat en ga zomaar door. U kent het wel.

En toch - in het diepste van mijn zijn, en in dat van jullie hoogstwaarschijnlijk ook - geef ik Jezus volkomen gelijk. Hij vraagt om radicaal goed te zijn – om de radicale overwinning van het goede op het kwaad.
Daarom sta ik dan ook hier, al bijna vijftig jaar lang,  achter een altaartafel, gekleed in rare kleren en voer rituele handelingen uit die nuchtere mensen vandaag de dag wereldvreemd vinden. Dat doe ik omdat dit goddelijk verhaal, dit Jezus verhaal, verteld en gevierd moet blijven worden. Daarom dus luisteren wij nu allemaal naar liederen, waarvan wij de woorden niet verstaan, maar waarmee de muziek ons een gevoel kan geven die te vergelijken is met de sereniteit die ik op die plek in Israël beleefde. En geloof ik, dat het goed is dat wij hier op deze manier vandaag samen zijn.

Jezus heeft gelijk. Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Niet om na ons overlijden in de hemel te komen. Maar omdat in het hier en nu het van levensbelang is voor u, voor jullie en voor mij, voor ons, voor deze wereld in deze tijd. Ik ben dan nu 75 jaar oud,  en er vallen nog steeds bommen op verschillende plekken in onze wereld, en blijven er verschrikkelijke dingen gebeuren. Maar de moed om de ander te behandelen zoals ik zelf behandeld wil worden, moet, zal en wil ik levend blijven houden, koesteren, samen met u, jullie. Daarom zijn wij hier samen  -toch!

Pater Jan Haen C.Ss.R.