5e zondag . 10 februari 2019. Weesp.

Gepubliceerd op: 17/01/19

Hoe gaan wij om met onze tong, onze lippen, onze woorden? Met woorden kun je vele kanten uit. Onze tong kan bemiddelen tussen mensen, kan bruggen slaan, maar ook geweldige ruzies veroorzaken. En wat kun je soms op een be­paald woord zitten wachten. Bijvoorbeeld: je bent verliefd geworden. Wat kan het lang duren voordat het verlossende woord komt dat de ander ook van jou houdt.

Maar je kunt ook bang zijn voor een woord. Een woord dat je afwijst, dat je gezakt bent als een baksteen, dat die baan net aan je neus voorbijgaat. Een woord misschien dat je laatste levensfase aankondigt. Woorden kunnen vaak vol span­ning zijn. Je krijgt ruzie met iemand. Het hoogste woord komt eruit. De span­ning is te snijden. Plotseling komt iemand met het verlossende woord. De spanning drijft weg, het feest is gered. Maar wie spreekt dat verlossende woord, dat woord dat ons losmaakt? Wie spreekt het verlossende woord in hongerend Afrika, in Irak, in Afghanistan, Mali, Syrië, en op zoveel andere onheilsplekken? De leerlingen van Jezus hebben dat verlossende woord van hun Meester aan den lijve ondervonden. Daarom is Jezus niet zomaar een woord, Hij is Gods vleesgeworden Woord. Jezus zegt niet zomaar wat, Hij spreekt bevrijdende woorden. Tot de lamme zegt Hij: ‘sta op en loop’. Tot de overspelige vrouw: ‘ga heen en zondig niet meer’. Tot de moordenaar op het kruis spreekt Hij verlossende woorden: ‘Heden nog zult je met Mij zijn in het paradijs". En tot zijn leerlingen zegt Hij: ‘Laat je netten maar in de steek. Kom en volg Mij. Vissers van mensen mogen jullie zijn!’

Het verhaal van de wonderbaarlijke visvangst, het evangelie van vandaag, moet verteld zijn in de eerste christengemeenten. Daar was men enthousiast begon­nen, maar de wereld aanvaardde hun woord van bevrijding niet. Ze worden uit­gemaakt voor dromers en naïevelingen. Ze worden voor de rechter gebracht en hun lot van velen is het lot van de martelaren. Er vloeit bloed. Hun inzet is gigantisch, het resultaat is maar miniem. Zo ontstaat er aarzeling en ver­twijfeling. De jonge kerk verkeert in een crisis. Hebben zij dan toch op het ver­keerde paard gewed? Dan vertellen zij elkaar het verhaal van de wonderbaarlijke visvangst.  Zo'n verhaal geeft de jonge kerk weer moed om verder te gaan.

Zo is het verhaal van de wonderbare visvangst ook een verhaal vol bemoediging voor de kerk van vandaag. Ook wij mogen, op bevel van het Vleesgeworden Woord en ook in onze tijd, onze netten blijven uitwerpen.
Natuurlijk verzekert Gods Woord ons niet van een zorgeloos bestaan. Inte­gen­deel zelfs. Ons geloof is geen toverstaf. Geloven in het Woord is niet bang zijn voor welke toekomst ook. Vissers van mensen mogen we zijn.

 

Maar dan blijft de vraag - Zijn wij ook in ons contact met elkaar in staat om verlossende woorden te spreken in plaats van woorden die verdelen en angst veroorzaken. Woorden die je in verlegenheid brengen, je apart zetten en discrimineren. Verlossende woorden zoals de bevrijdende woorden van de profeet Jesaia die een nieuwe toekomst voorspelt. En al die bevrijden­de woorden van Jezus, zoals wij die vanmorgen tegenkomen in het evangelie van Lucas. Zijn verhaal over de wonderbare visvangst is een verhaal vol bemoediging, ook voor onze kerk in de roerige tijd waarin wij leven. Ook wij mogen, op bevel van het Vleesgeworden Woord, onze netten blijven uitwerpen en vissers van mensen worden. Wij mogen leven van Zijn belofte dat ook in onze tijd onze netten zullen scheuren door hun overvloed. Dus steek je handen uit de mouwen, en ga er maar aanstaan. En dat mogen wij blijven doen in de schaduw en op het Woord van de Allerhoogste.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.