Preek van de week. 14e zondag 8 juli 2018 Muiden.

Gepubliceerd op: 08/07/18

14e zondag 8 juli 2018 Muiden. 

Ezechiël 2:2-5 en 2 Kor.12:7-10 en Marcus 6:1-6

 

Er is niets wat ons leven zo kan ondermij­nen dan wantrouwen, elkaar geen ver­trouwen geven, altijd tegenover elkaar een slag om de arm proberen te houden.

Wanneer wij geen vertrouwen in elkaar hebben, dan komen we ook nooit tot geloof in elkaar. En waar mensen niet in elkaar geloven, valt niet te leven en te werken. Dan kun je praten wat je wilt, maar je komt nooit een stap verder. Vertrouwen in elkaar en geloof in elkaar, zijn niet aan te praten, niet te bewijzen. Het is er of het is er niet. Je vertrouwt elkaar of je doet dat niet. Je kunt vertrouwen niet maken of kopen, maar alleen maar van de ander krijgen en aan de ander geven, helemaal voor niets, zonder eigenbelang. Vertrouwen in elkaar, niet ergens om, niet om er zelf beter van te worden, maar uit respect voor elkaars leven en elkaars eerlijke bedoelingen, hoe verkeerd die misschien ook uit mogen vallen.

Wantrouwen ontstaat ook vaak, als wij elkaar te dicht op de huid zitten. En als het waar is wat anderen zeggen, dan zou dat weleens consequenties voor je eigen leven kunnen hebben. Dan houden we elkaar maar liever op een afstand, dan vinden we het vaak maar beter om ons te verschuilen achter wantrouwen. Wantrouwen is een groot kwaad, onze wereld blijkt ervan aan elkaar te hangen. Oost en West wantrou­wen elkaar, evenals Noord en Zuid. Armen en rijken wantrouwen elkaar. Echtgeno­ten wantrouwen elkaar, ouders hun kinderen, kinderen hun ouders. Er is vaak naast de liefde vaak sprake van wantrouwen. Wantrouwen onder geliefden en vrienden, tussen broers en zussen, tussen kinderen en ouders.

Zo verging het ook Jezus van Nazareth. Hij werd door de dorpelingen hevig ge­wantrouwd. Ze vonden eigenlijk wel dat Hij met grote wijsheid sprak. En dat ver­baasde hen ook. Maar een dergelijke wijsheid accepteren van iemand die ze zo goed kennen, de zoon van die bouwvakker, dat was te veel eer voor een eenvoudig dorpsgenoot. De les gelezen krijgen van je eigen kind, je buren of je man of vrouw. Dat kan weleens te veel gevraagd zijn.

Het valt me vaak op dat het moeilijker is om iemand de waarheid te zeggen naar­mate je elkaar beter kent. Je denkt: wij vertrouwen elkaar, we zijn vrienden, maar uitgerekend dan moet je uiterst voorzichtig zijn met je woorden. Mensen die elkaar goed kennen, houden er niet van als ze door de ander op hun plaats gezet worden. Je kent elkaars achtergronden, elkaars sterke en zwakke plekken en je bent eerder geneigd met gelijke munt terug te slaan dan te incasseren. En dat is niet zo bevorderlijk voor het onderlinge vertrouwen.

Een profeet wordt niet in eigen vaderstad gewaardeerd. Het is dan ook heel moeilijk om het profetische te herkennen in je eigen vrienden. Daarom scheppen we liever superhelden, bij wie we graag op een veilige afstand kunnen blijven. Toch denk ik dat vertrouwen in elkaar de enige basis is om tot geloof te komen. Geloven in elkaar draagt bij aan ons geloof in God.

Vertrouwen wil dan zeggen: de ander volop de kans geven een plaats in jouw leven te krijgen. Je niet afsluiten voor het onverwachte wat een ander je kan geven. Niet bij voorbaat iemand al in een bepaalde hoek plaatsen, waar die van zijn of haar le­ven niet meer uitkomt. Als Jezus mensen tegenkomt die niets van Hem willen verwachten, dan kan Hij doen wat Hij wil, maar Hij zal niet worden begrepen. Wie in Jezus niet meer wil zien als de zoon van de timmerman, ziet ook inderdaad niets meer.

Als je blijft vasthouden aan het beeld dat je van iemand hebt, dan zie je ook niet meer dan dat. Dan is er geen ruimte voor de ander om zich op een nieuwe, andere wijze te laten zien. Dan kan er ook maar weinig in die relatie tot de ander gebeuren. Waar mensen elkaar geen vertrouwen geven, niet in elkaar geloven, kunnen mensen haast niets meer uitrichten. Maar waar wij niet in elkaar geloven, gebeuren geen wonderen meer. Waar wij niet in Jezus geloven kan Hij ook geen enkel wonder ver­richten. Dan staat ook Hij met lege handen.

Als Jezus mensen geneest, reageren mensen op verschillende wijzen. De een vindt het het werk van de duvel, de ander dat zoiets toch op de sabbat geen pas geeft, een derde dat het bedriegerij moet zijn. Maar eigenlijk praten ze allemaal vanuit dezelfde achtergrond: wat verbeeldt die timmermanszoon zich wel! Denkt Hij dat Hij God zelf is? Vaak proberen we zo ook God op een afstand te houden. En we scheppen ons een beeld van een verre, hoge, onbereikbare God. Dat is toch veel veiliger dan een God-in-ons-midden, een Emanuel?

Wij zijn eigenlijk een beetje bang voor een God die met zijn volk mee wil trekken. Een God van het verbond, die vertrouwd is met wat mensen doen, die zijn eigen leven met het lot van mensen heeft verbonden. Als we wat minder wantrouwend tegenover elkaar zouden staan, zouden we in vele mensen iets kunnen ontdekken van Zijn aanwezigheid. God is aanwezig in je eigen man, vrouw, kind of vriend. Daar moet je wel moed voor kunnen opbrengen, dan moet je vooroordelen laten val­len, dan moet je je kwetsbaar durven opstellen, dan moet je eigen fouten durven toegeven.

Het evangelie maakt ons vandaag duidelijk dat Jezus alleen zijn werk maar kan ver­richten, als mensen Hem van harte vertrouwen, zich voor Hem open willen stellen, geen slag om de arm houden. In het evangelie van vandaag staat dat Jezus zijn moederstad verliet, zonder dat Hij er wat uit kon richten. De gemeente was stokdoof voor zijn woorden van vertrouwen en liefde. Misschien mag het evangelie van vandaag ons uitnodigen om wonderen te ontdekken in mensen uit eigen omgeving. En dat is niet gemakkelijk. Maar als het je lukt, zul je ontdekken dat onze wereld heus niet zo beroerd in elkaar zit als wij elkaar doen geloven. Dan leer je weer gelo­ven in het wonder van de wereld, van de mensen om je heen. Dan groeit je ver­trouwen. En dat is geloven in een God aan wie wij ons in vertrouwen geven: aan Wie wij ons leven toevertrouwen. Zo wordt God zelf ons vertrouwd. Een God bij wie je aan kunt kloppen met je problemen, maar vooral ook met je liefde en dankbaarheid: dat je er mag zijn.

 

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.