Preek van de Week - 16 december 2018

Gepubliceerd op: 17/12/18

Op deze derde adventszondag horen we nogmaals een getuigenis van de Adventspro­feet Johannes de Doper. Opnieuw nodigt hij ons uit ons radicaal te bekeren en de bijl neer te leggen aan de wortel van ons eigen bestaan. Johannes heeft een geweldige indruk op zijn omgeving gemaakt. Als Herodes hem heeft laten onthoofden, schrijft de Romeinse geschiedschrijver Flavius Josephus: ‘Een uitzonderlijk goed mens is door koning Herodes om het leven gebracht’. Maar in het kielzog van Johannes zijn duizen­den met hem meegegaan. Talloze mensen zijn door Johannes in beweging gebracht en hebben zich door hem laten dopen in de rivier Jordaan.

Anderen komen naar hem toe en hebben een vraag: Johannes, wat moeten we doen? Het antwoord van Johannes klinkt vervolgens wereldvreemd. Hij vraagt eigenlijk niet eens zo veel. Aan rijken vraagt hij niet om edelstenen of het inleveren van hun Merce­des. Hij vraagt niet om geld, maar om brood voor de armen. Aan tollenaars die mee­heulen met de Romeinse bezetter, vraagt hij niet om hun zondig beroep op te geven. Hij zegt alleen: ‘Vraag toch niet meer belasting dan geoorloofd is’. Tot soldaten zegt hij niet: ‘Gooi alle wapens aan de kant’, maar: ‘Wees tevreden met je soldij en mishandel niemand’. Johannes is daarmee radicaal in het gewone. Zijn antwoord komt hierop neer: Doe wat gedaan moet worden en zoek in je leven niet te ver. Daarmee sluit Johannes alle vluchtwegen af. Hij wijst ons terug naar onze eigen kring, naar ons eigen leven. Hij dwingt ons om weer om ons heen te kijken, elkaar weer in de ogen te zien en zo, in Gods naam, elkaars partijganger, elkaars bondgenoot te worden, elkaars broe­ders en zusters. En daarmee weer uit te groeien tot kinderen van een en dezelfde Vader. Als je jong bent denk je de hele wereld te kunnen veranderen. Maar als je wat ouder wordt, ontdek je dat je in al die jaren niet eens je eigen hart op orde hebt kunnen krijgen. Voortdurend zijn wij op zoek naar vluchtwegen.

 

En ik hoor de ministers vragen: ‘Wat moeten wij doen?’ Johannes hoor ik antwoorden: ‘de rijken wat minder en de armen wat meer’. De werkloze hoor ik vragen: ‘Wat moet ik doen?’ Johannes: Blijf niet bij de pakken neerzitten. Nu je tijd vrij hebt, kijk of je iets voor een ander kunt doen’. De bisschop hoor ik vragen: ‘Wat moet ik ‘doen?’ Johannes: ‘Leg de mensen geen zwaardere last op dan ze aankunnen’. Ouders: ‘Johannes, wat moeten wij doen?’ Johannes: ‘Het is al heel wat als je je kinderen een goede opvoeding geeft en hen laat uitgroeien tot krachtige mensen’. Kinderen hoor ik vragen: ‘Wat moeten we doen?’ Johannes: ‘Respecteer je ouders en doe op school goed je best’. Grote beleggers hoor ik vragen: ‘Wat moeten we doen?’ Johannes: ‘Het verschil leren zien tussen winst en woeker’.

Opmerkelijk dat Johannes de Doper van niemand vraagt van beroep of status te veranderen. Hij vraagt niet het onderste uit de kan, geen inzet wereldwijd, maar daad­kracht hier en nu! Als je je eigen hart durft om te keren, als je je eigen leven bij durft te stellen, dan verandert de wereld vanzelf mee! Maar de minister zegt: ‘Ik moet wel doen zoals ik doe, anders verdwijnt het kapitaal naar het buitenland. Daarom hebben wij voor hen, die het makkelijk kunnen betalen, de dividendbelasting afgeschaft. Dat levert ons immers banen op’. De werkloze zegt: ‘Sinds ik zonder werk zit, komt er niets meer uit mijn handen’. De bisschop zegt: ‘Ik moet wel streng zijn, anders verwilderen de zeden en blijven we nergens meer’. Ouders zeggen: ‘We hebben te weinig tijd voor de kinderen: het huis moet aan kant en bovendien werken we allebei’. Kinderen zeggen: ‘Mijn ouders zijn hopeloos ouderwets en op school leer ik toch alleen maar dingen die ik later weer vergeet’. De belegger zegt: ‘Ik moet wel woekeren met mijn geld, anders wordt de concurrentie te groot en kan ik geen nieuwe huizen bouwen’.

Zo gaat dat in ons leven: we vinden wel duizenden excuses! Maar Johannes is dit weekend wel bijzonder duidelijk. En daarmee slaat hij elke valse Messiasverwachting neer. ‘Hij-die-komen-moet zal de wan in de hand nemen, de dorsvloer grondig reinigen van alle ongerechtigheid en alle oneerlijkheid’. In deze weken van de Advent mogen we werken aan onszelf. Om eerlijk te blijven te midden van al dat engelenhaar, de liefelijke kerststal en de mooi opgetuigde kerstboom, de verrukkelijke maaltijden. Want is dat nu echt de enige manier om Kerstmis te kunnen overleven?

Op de vraag aan Johannes ‘Wat moeten we doen’ zou het antwoord kunnen zijn: ‘Niet bij het kaarslicht en bij engelenhaar blijven staan, maar met Jezus optrekken richting Jeruzalem, dat slechts bereikbaar is via het kruis van Golgotha’.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.