Paaszondag - 1 april - Weesp

Gepubliceerd op: 02/04/18

Handelingen 10:34a.+37-43 –Kol.3:1-4 – Joh.20:1-9

Nauwelijks twintig jaar na de verrijzenis zegt Pau­lus: ‘Als Christus niet verrezen is, dan is onze predi­king zonder inhoud’. Als Christus niet verrezen is, dan zijn wij, apostelen, maar beunhazen en leugenaars. Als Christus niet verrezen is, dan kunnen we maar beter gaan leven als de mensen die zeggen: laten we maar eten en drinken en het ervan nemen, want morgen zijn we dood!

De dood is even gecompliceerd als het leven. De medische wetenschap spreekt tegenwoordig over de biologische dood. Want als een hart stil staat, ben je nog niet dood. Een ander hart erin en het leven gaat door. De dood blijkt even ge­compliceerd als het leven zelf. Want naast een biologisch leven hebben wij een psychisch leven, een sociaal leven, een liefdesleven, een intellectueel- en seksueel leven. En het merkwaar­dige is dat het ene leven dood kan zijn, terwijl het andere nog voortleeft.
Wat is het leven eigenlijk? Leven is jezelf tot ontplooiing brengen in de breedste zin van het woord. Je ontplooien in je psychisch leven, je sociaal leven, je liefdesleven, je geestelijk leven, je seksueel leven. De psychische dood van de mens hoeft niet samen te vallen met zijn biologische dood, en de seksuele dood hoeft niet samen te gaan met de dood van de liefde. Door alle veranderingen heen blijf je overeind. Zeven jaar geleden hadden we een ander lichaam dan nu. Geen cel is dezelfde gebleven. Maar Ik ben gebleven! Door al die manieren van doodgaan, die zich in ons hebben voltrokken, zijn wij gebleven. Wij kunnen aan de kant gezet zijn door bepaalde mensen, maar we zijn toch overeind gebleven.
Na zijn biologische dood staat Jezus te midden van zijn leerlingen met heel zijn liefdes­leven. Daarom schrijft Paulus: ‘Hoe kunnen sommigen onder u dan toch beweren dat er geen verrijzenis uit de dood bestaat?’ Het leven heeft zoveel aspecten. Het is zo rijk. Het is blijkbaar niet dood te krijgen! Van alle evangelisten vernemen we dat de leerlingen van Jezus na zijn dood geweldig uit het veld geslagen zijn. Ze waren angstig bij elkaar gekro­pen. De dood van Jezus betekende het einde van al hun verwachtingen en al hun dromen. Het Paasgebeuren zelf wordt door geen enkele evangelist verhaald. Als we bij de verrij­zenis een filmcamera en een geluidsband zouden hebben opgesteld, dan zouden die niets hebben geregistreerd. De verrijzenis heeft alleen betekenis voor mensen die geloven. Pilatus en Herodes komen de verrijzenis niet op het spoor. Ook de ogen van de leerlingen blijven lang gesloten. Alleen in het geloof wordt Jezus ervaren als de Levende.
Geloven in de verrijzenis betekent dat wij geloven dat God ook ons trouw zal blijven tot in de dood. Het is geloven dat Jezus toch gelijk had in zijn manier van leven en sterven. Het is geloven dat de liefde het altijd zal winnen van de haat. Het is geloven in het feit dat de liefde sterker is dan de dood.

Opstanding komt van opstaan, en dat heeft weer alles te maken met het woord ‘opstand’. Jezus staat op tegen alles wat onmenselijk is. En Hij vraagt ons om hetzelfde te doen. Hij vraagt ons om op te staan waar de dood ons leven binnendringt: biologisch, geestelijk, sociaal, seksueel, in de liefde. Wij kunnen de Opstan­ding van Jezus niet losmaken van zijn strijd tegen alles wat onmenselijk is. Daarom leren mensen de opstanding al tijdens het leven. Mensen die zeggen: ‘Als het Jezus is gelukt om op te staan, waarom leren wij dat dan ook niet al tijdens ons leven?’
Zo zijn er mensen die nee zeggen tegen die rare raketten, en tegen eten uit plastic, en tegen de stinkende lucht of tegen het gif in de grond, en tegen… te veel om allemaal op te noemen. ‘Lastige mensen’, vinden andere mensen: ‘je moet niet zo opstandig zijn’! Maar zelf zeggen zij: ‘we kunnen niet anders en dat komt door dat oude verhaal’. ‘Jezus is opge­staan’, zeggen ze, ‘echt opgestaan’. En waarom wij dan niet? Waarom leren wij onze opstanding al niet in ons leven op aarde?

We vieren het Paasfeest in een wereld vol dood en doodsdreiging. Wat valt er vanmorgen te vieren? Pasen ontkent de dood niet. Pasen veronderstelt de dood. Het Paasfeest begint niet hier in deze verwarmde en verlichte kerk. Het Paasfeest begint op het kerkhof. Daar hoorden wij vannacht dat wij uiteindelijk niet terecht komen in een spelonk, in een grot, een graf van voorbij. Maar dat onze weg door een tunnel leidt. Aan het einde van de tunnel wacht God met uitgestrekte armen. Wij mogen al tijdens ons leven leren opstaan:

*          Verrijzenis vieren is ook: vanmiddag opnieuw de hand drukken van je zus met wie je al jaren geen
woord meer wisselt;
*          Verrijzenis vieren is ook: op zondagmorgen samenkomen om eucharistie te vieren, ook al weet je dat er overal tegenwoordig op zondagmorgen wordt getennist, paardgereden en gezwommen;
*          Verrijzenis vieren is ook: op andere momenten in het leven de klemtoon leren leg­gen, misschien door wat soberder te leven;
*          Verrijzenis vieren is ook: de mensen uit je omgeving niet voorbijgaan, maar weten waar hulp nodig is en ongevraagd de handen uit de mouwen steken.

Een hele opgave. Het is duidelijk dat Pasen dit jaar niet alleen op 1 april valt. Elke dag die God ons geeft worden we uitgenodigd om op te staan, te verrijzen en om in opstand te komen tegen alles wat het leven in deze wereld onderuithaalt. Dat is wat wij met Pasen mogen vieren: dat de goede krachten in het leven het zullen winnen van de dood. Als we maar niet inslapen en indutten, maar solidair blijven met mensen om ons heen.
Is ver­rijzen iets anders dan dat we weer op de been worden geholpen?

Ik denk dat de betekenis van het Paasfeest is, dat het licht nooit helemaal in je leven kan verdwijnen. Dat het leven nooit helemaal verstrikt raakt in de netten van de dood, dat nooit alle vaste grond onder je voeten verdwijnt. Pasen is op de uitkijk staan. Zonder Pasen loopt de wereld met de dood in zijn schoenen. Jezus heeft ons geleerd hoe je arme, lamgeslagen, kleingekregen mensen weer op de been kunt helpen. En daarom heeft God Hem weer op de been geholpen na de catastrofe op Golgotha. Omdat Hij het tot zelfs op het kruis opnam voor zijn beulen, voor wie Hij bad: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’! En zoals God Jezus weer op de been heeft geholpen, zo mogen wij tot elkaar zeggen: ‘weest niet bang, want waar we ook struikelen - zelfs al struikelen we over de dood - dan is het de Heer zelf die ons door de donkere tunnel zal leiden en ons weer op de been zal helpen, en ons zal opnemen in Zijn eeuwig Licht’!

Ik wens u: een Zalig Paasfeest!

Pater Jan Haen  C.Ss.R. en Ambro Bakker s.m.a.