Feest van de heilige Drie-eenheid, 28 mei 2018

Gepubliceerd op: 30/05/18

Wij vieren vandaag het feest van de Heilige Drie-eenheid. Ongetwijfeld belijden we daarin een diepe waar­heid, maar raakt het ons nog écht? Wie van ons heeft deze week ge­dacht: lekker nog twee nachtjes sla­pen en dan hebben we het feest van de heilige Drie-eenheid!
Heeft Gods drievoudige naam ons écht weleens bij de keel gegrepen? Zijn al die woorden die wij over God uitspreken en al die beelden die wij voor God gebruiken wel­eens op ons afgekomen met al hun vlammende kracht? We moeten niet te gemakkelijk over God praten, alsof we Hem zo goed zouden kennen. De Joden, in hun wijsheid, zeggen de naam van God niet eens hardop, want zij weten dat God de Onuitsprekelijke is. De Moslims hebben een kralensnoer met 99 kralen. 99 namen voor God. De 100ste kraal is de ontbrekende kraal, de onbekende naam van God. Die Naam kom je pas te weten als je na dit leven voorgoed met God verbonden bent.

De ontbrekende schakel om God te kennen is niet een mens die hoog van de toren blaast en zegt: Ik zal jou wel even precies uitleggen hoe God er uitziet. Jezus zei ook wie God was. Hij deed dat niet in mooie woorden en geleerde formules, Hij was iemand die tússen de mensen ging staan en leefde vanuit de liefde. Dat maakte Hem kwetsbaar en klein, ten dode toe. Hij leefde niet alleen vanuit de liefde, Hij werd de liefde zelf. Hij verkondigde geen waarheid, maar was de waarheid zelf. En de mensen om Hem heen hoorde je denken: Hij is sprekend God. Een Romeins soldaat komt later onder het kruis tot de belijdenis: ‘Deze mens is waarlijk de Zoon van God’.

Jezus zal zijn leerlingen de Drie-eenheid wel nooit van buiten hebben laten leren. Maar de leerlingen hebben wél aan Jezus gemerkt dat er een Vader was in God, want Jezus raakte nooit uitgepraat over zijn vader. Zij hebben ook ondervonden, toen Jezus weg was, dat de Geest van Jezus op een hele bijzondere manier bij hen was. Sinds Jezus mogen we God ‘Vader’ noemen. In het Hebreeuws is dat woordje vader ABBA. ABBA is een kinderwoord. Joodse kinderen riepen ABBA als ze verdriet hadden, als ze hulp nodig hadden. Kinderen hebben het woordje ABBA gestameld bij vader op schoot. ABBA is een kinderwoord, simpel en heel gewoon. Jezus heeft het zelf ook van straat opgepikt. De kinderen riepen het overal. Jezus heeft het zélf geroepen. Het woord ABBA riep in Jezus' tijd een sfeer van vertrouwen op: thuis zijn, erbij horen, de deur staat altijd open, je bent welkom, je kunt binnenkomen zonder kloppen, schuif maar aan, er is ge­noeg.
In de naam van ABBA, Jezus' Vader, wilde Jezus met ons omgaan als broer en zus, willen we elkaar opbouwen, niet afbreken, niet afschrijven. ABBA-zeggen is: een broer willen zijn, een zus. Maar dan voor iedereen! Ook in Jezus' tijd zagen mensen elkaar niet staan. Publieke vrouwen werden gemeden als de pest, tollenaars werden veracht en melaatsen buitengesloten. Vrouwen hadden weinig in te brengen, kinderen helemaal niets. Vreem­delingen waren niet welkom. Samaritanen ging men zorgvuldig uit de weg. Met andere woorden: een tijd als de onze! Een tijd waarin bepaalde mensen gemeden worden als de pest.
Jezus nam daar geen genoegen mee. Hij zei ABBA bij het leven. Maria Magdalena haalde Hij weer in de kring, evenals Zacheus, de tollenaar. Melaatsen raakte Hij aan en genas ze. Vrouwen werden volwaardig lid van de kring van leerlingen. Hij genas het kind van een Romeins officier, van een vijand nog wel! Hij sprak bij de bron met een Samaritaanse, een vrouw, een publieke nog wel, en bovendien een gastarbeidster. Zo werd ABBA (Vader) vlees en bloed in het leven van Jezus. Dat ABBA gebeuren mag, vlees en bloed mag worden in ons eigen leven. Wie het Onze Vader bidt, drukt daarmee de hoop uit dat ABBA werkelijkheid wordt in ons leven. Jezus raakte niet uitgesproken over zijn Vader.

Wat de Geest betreft: het zou zonder die Geest een dooie boel zijn, want waar vind je dan leven bij de Geest die levend maakt? We zouden geen greintje troost vinden bij ons verdriet, als die Geest er niet was. De Geest, van wie Jezus zei dat Hij de Trooster is. Jezus belooft ons een Helper te sturen. Die Geest maakt mensen tot kinderen van God. Hij brengt ons met God in relatie. Als wij leven in de Geest van Jezus, dan hebben wij een goede geest. Rond de heilige Geest cirkelen woorden die ons leven tot een feest kunnen maken. Scheppende woorden als: liefde, trouw, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, zachtheid en ingetogenheid. De Geest van God is daarmee de ziel van ons ge­lovig bestaan.

Als ik mensen doop, doe ik dat in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Als ik de ziekenzalving toedien, het huwelijk van twee mensen inzegen, gebeurt dat in de naam van de Vader, Zoon en heilige Geest. Als jongens en meisjes gevormd worden, gebeurt dat in de Naam van de Drie-eenheid. En als we een kruisteken maken - misschien bij het opstaan en slapengaan, of voor en na het eten - dan drukken wij daarmee uit dat we ons leven toevertrouwen aan de Drie-ene God.
We moeten kinderen  niet de Drie-eenheid van buiten laten leren. Als Jezus ons de op­dracht geeft om deze wereld meer te maken tot de wereld van God, dan moeten wij Je­zus' leermethode gebruiken. Dan moeten wij net als Jezus de liefde van de Vader zicht­baar maken, en de hulp van de Geest tastbaar. Het kruisteken - in de naam van de Vader, Zoon en heilige Geest - geeft aan dat wij ons hele leven willen stellen onder de bescher­ming van de drie-ene God.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.