Eindejaarsviering 31 december - Weesp

Gepubliceerd op: 01/01/18

Lucas 2,29-31

Wij hebben zojuist geluisterd naar het verhaal van de opdracht van het kind Jezus in de tempel. Daarin beschrijft Simeon onder andere Jezus in termen van ‘een licht dat voor de heidenen straalt’.  Op Kerstzondag vertelde ik over hoe door de evangelieschrijver Johannes Jezus genoemd wordt ‘ het licht van de wereld’.  Licht stelt in staat tot het maken van keuzes. Licht helpt ons te sleutelen aan het eigen leven. Verhalen reiken een sleutel aan die een eigen licht laten vallen op ons leven.
We hebben licht, we hebben een sleutel, nu komt het er nog op aan het sleutelgat te vinden. Daarvoor kunnen we een bril best gebruiken. Want een sleutelgat is meestal aan de kleine kant. Je moet goed kijken om het te vinden, zodat je die deur kunt openen om te zien wat erachter steekt; of om die koffer open te kunnen maken en te zien welke schatten er allemaal in verborgen zitten. Een bril is dan best te gebruiken. Een bril om te leren kijken met liefde in je hart en met geloof in je ogen, zo’n bril kan ik en kunnen wij allemaal best gebruiken. Want er is niet altijd zoveel liefde in mijn hart, en niet altijd veel geloof in mijn ogen. Ik ben vaak bijziende en dan moet ik mij laten helpen.
Zou dat één van de kenmerken van Jezus geweest zijn waardoor hij zo speciaal overkwam?  Dat hij die bijzondere feeling had waardoor hij mensen zag zoals God ze ziet. Ieder mens door God bemind. Ook hen die ik niet sympathiek vind, niet aantrekkelijk, aan wie ik me stoor, me erger, die ik liever verloren dan gevonden heb. Ieder mens gezien vanuit zijn mogelijkheden, in zijn toekomst. Dat speel ik niet klaar. Daarom ervaar ik Jezus als iemand van een andere wereld. Een andere wereld, waarvan ik besef dat die niet ver weg is, maar net om het hoekje. Een andere wereld die af en toe hier binnenkomt en die onze stereotypen doorbreekt. Niet de doorbraak van een wereld hierboven die even naar beneden komt, maar van iemand die een andere mogelijkheid in deze wereld openbaart. Een mogelijkheid die voortkomt uit een blik van geloof en een hart van liefde.

Allicht is het verhaal van Jezus zo’n bril die me helpt om mij heen te kijken, en waardoor we licht zien in het duister. Was het iets van dien  aard waar de joodse gemeenschap naar uitzag? "Alle Menschen werden Brüder", een samenleving waarin elke mens een plaats heeft. Is het niet de droom van elke mens en elke mensengemeenschap? Zo’n leven noemden ze het rijk van God. In het joodse taaleigen: een messiaanse gemeenschap, een messiaanse tijd. De mensen die dicht bij Jezus hadden gestaan, beweerden dat die tijd met hem begonnen was. Een man met liefde in zijn hart en geloof in zijn ogen.
Na zijn dood is men met deze man, deze Jezus, vele kanten opgetrokken in de geschiedenis. Hij heeft velen geïnspireerd tot een leven in dienst van medemensen. Bewogen figuren die tot de verbeelding blijven spreken. Zoals er met hem ook minder stichtende dingen zijn gebeurd. Niet steeds met verkeerde bedoelingen, maar toch. Zoiets is heel menselijk. Zoals men soms zijn boodschap bewust verdraaid heeft. Er zijn inderdaad ook verschrikkelijke dingen gebeurd in zijn naam.
De joodse weigering tot op de dag van vandaag om te erkennen dat de messiaanse tijd is doorgebroken, mag voor christenen een reden tot bezinning zijn. Het gaat in deze joodse kringen helemaal niet om een onderwaardering voor de persoon van Jezus . Het gaat om een inzicht dat men in kerkelijke kringen vaak vergeten is. Al te gemakkelijk heeft de kerk Jezus los gemaakt uit zijn joodse gemeenschap, losgesneden van zijn joodse wortels en hem in kerkelijke dienst genomen, waar men er een eigen verhaal van gemaakt heeft. Eenmaal in de kerk beland, heeft zich een proces van ophemeling voltrokken dat soms ongeloofwaardige proporties heeft aangenomen. Jezus wordt dan voorgesteld als hét keerpunt in de geschiedenis. Men heeft Hem aanbeden en verheerlijkt als de triomferende Christus van de eindtijd. Op die manier heeft men de indruk gewekt dat er in de geschiedenis niet veel meer te doen was.
Daarom verdient het joodse 'neen' overeind te blijven. Het is een 'neen' dat niet voortkomt uit onwil, verstoktheid of trots, maar uit een niet-kunnen, een niet-kunnen-geloven dat er een werkelijke kentering is gebeurd in deze geschiedenis. Er is geen 'knik' merkbaar. Integendeel, zo zegt men, wij voelen, zien en ervaren op alle mogelijke manieren de onverlostheid van deze wereld, van deze geschiedenis. Het joodse 'neen' is een kritische, maar tevens heilzame herinnering aan Jezus, die niet gekomen is als de leeuw van Juda, maar als het lam dat geslacht werd, als de lijdende dienstknecht. Hij heeft de liefde van God geopenbaard, niet de heerlijkheid.

We hebben van de verrezen Christus onmiddellijk de triomferende rechter van de wereld gemaakt, de Pantokrator. Met zijn indringende ogen staart hij ons aan vanaf de koepel van zoveel kerken. Met deze voorstelling dreigen christenen een fase over te slaan: de fase van de messiaanse tijd, het messiaanse volk, de messiaanse samenleving, die we hier en nu met elkaar kunnen opbouwen, door ons telkens weer te oefenen in het kijken met geloof in de ogen en te voelen met liefde in ons hart. Indien wij hem, Jezus, belijden als het keerpunt van de geschiedenis, dan belijden we ons geloof in de overmacht van de liefde. En met zo’n belijdenis zetten we ons eigen leven op het spel. Toch.

Pater Jan Haen