1e zondag van de Veertigdagentijd – B 18 feb. 2018. Muiden.

Gepubliceerd op: 18/02/18

Genesis 9:8-15 - Marcus 1:12-15

Jezus trekt de woestijn in, wordt bekoord, komt te­rug naar Galilea en verkon­digt het Rijk Gods.
Waarom wordt dit korte evangelie gelezen op de eer­ste zondag van de Vasten­tijd? Het lijkt me vooral te gaan om de laatste regel: ‘Be­keert U en gelooft in de Blij­de Boodschap!’. Het is de tekst die uitgesproken wordt bij het uitdelen van het askruisje.

‘De Geest drijft Jezus naar de woestijn’. Dat zinnetje klinkt zo eenvoudig, maar ik heb gelezen dat als je ooit een reis naar Palestina zou maken, dan kan een tocht door de woestijn een grote indruk op je maken. Nergens werkt de eenzaamheid dieper op je in, nergens voel je je zo verlo­ren als in de woestijn.  Veertig jaar lang zwerft het Joodse Volk door de woestijn voordat ze het Beloofde Land binnen mag gaan. Paulus trekt zich na zijn bekering op weg naar Damascus in de woestijn terug. Na zijn doop in de rivier de Jordaan trekt Jezus, door de Geest van God gedreven, naar de woestijn. In stilte en eenzaamheid denkt Hij na over zijn zending en over de consequenties die daaruit voortvloeien.
In de woestijn is er geen heg, waarachter je je kunt verstoppen. Het is geen drukte, waarin je je kunt verliezen. Kun je, wonend in het overvolle Nederland, de woestijn in gaan? Ja, je kunt wel de woestijn in jezelf scheppen, stilte zoeken, tijd vrij maken voor de dingen van God, je even niet laten meesleuren door de stroom van de tijd. De woestijn intrekken wil zeggen: eindelijk eens ruimte geven aan je honger en dorst naar God. De woestijn intrekken wil ook zeggen: je bezinnen op de mogelijkheden om je broeder of zuster in nood bij te staan.
In de eerste lezing hoorden we hoe God een verbond sluit met Noach. Hij plaatst als teken daarvan een regenboog aan de hemel. God plaatst een boog in de wolken: een te­ken dat de aarde nooit meer zal ondergaan in een zondvloed. Intussen weten wij dat niet God, maar wijzelf de schepping aan het verwoesten zijn. Als vijandelijke legers zich in slagorden tegenover elkaar opstellen, roepen de haviken aan beide zijden, dat er nu - na al die gesprekken - maar eens harde en onverbiddelijke klappen moeten worden uitge­deeld, want ook in het groot geldt het spreekwoord: ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen!’ Zelfs als het om atoombommen gaat. En zo groeien nieuwe wraakgevoelens, nieuwe vetes en wordt de kiem gelegd voor een volgende oorlog. God, had de zondvloed al eens meegemaakt, en zei: ‘Dat nooit meer!’ En God plaatste zijn boog aan de hemel, een brug, een sterke verbinding tussen hemel en aarde. En we denken daarbij aan de regenboog als symbool. Maar het gaat in de eerste lezing eigenlijk niet om een regenboog. Het is God die ons belooft dat, als het om vrede gaat, hij als eerste zijn boog in de wolken hangt.
Een boog tussen hemel en aarde, en miljoenen vluchtelingen: mensen zonder huis en haard, op de vlucht voor het zware geweld. Een boog tussen hemel en aarde. Hoor vandaag de lezing uit het Evangelie. Daar, in de woestijn, is er harmonie gekomen tussen Jezus en de wilde dieren. Daar is vrede ontstaan in het hart van een mens die ons goddelijke wegen kan wijzen. Daar is God opnieuw begonnen. Geen duivel die ertussen kan komen, geen woestijn die ons deren zal.

Een boog tussen hemel en aarde. Kijk naar ons mensen: gelouterd, de pijn voorbij, de moed hervonden, gevallen soms en toch weer opgestaan; gewond in hart en ziel en desondanks: we leven nog. Als we in deze veertigdagentijd met z'n allen de woestijn in willen, dan gaat God voor ons uit. Hij zal ons in deze vastentijd voeren naar de ver­blijfplaats van Jezus Christus en Hij zal ons voeden met elk woord dat uit zijn mond komt. Je bekeren tot Jezus, geloven in het Rijk Gods, is gaan inzien waar het in ons leven werkelijk om draait. De Veertigdagentijd kan voor ons een oefentijd worden, de woestijn intrekken; eindelijk ruimte geven aan onze honger en dorst naar God, waarin we gaan ontdekken dat ’t ánders kan en ánders mag, dat we ons leven ánders mogen gaan inrichten. Alle kans dat het een mooi Paasfeest kan gaan worden!

Pater Jan Haen C.Ss.R.