De Steen van Ezra - Kerstnachtviering

Gepubliceerd op: 18/12/17

De Steen van Ezra.

Het was kerstnacht, Jezus was geboren. Ezra, een herdersjongen, wilde naar de stal om Jezus te bezoeken. Hij vroeg aan zijn moeder: ‘Hebben wij soms een geschenkje voor Jezus?’ Maar zijn moeder zei: ‘Jongen, wij zijn te arm. We hebben geen geschikt geschenk. Maar ga toch maar. Het belangrijkste is dat je er bent.’
Ezra vertrok. Onderweg naar de stal werd hij geplaagd en gepest door een jongen uit de buurt. Ezra kwam met een harde smak op de grond terecht. Hij was woedend, pakte een steen en schreeuwde: ’Hiermee sla ik je zo hard dat er voor de rest van je leven een gat in je hoofd zit’. Maar de jongen liep weg. Ezra zette zijn weg naar de stal voort. De steen hield hij in zijn gebalde vuist. Na een tijdje kwam hij aan bij de stal. Hij groette Maria en Jozef en knielde bij het kindje. Maria sprak hem aan: ‘Wel Ezra, wat heb je in je hand?’ Ezra schrok en zei, ‘Niets…’ Toen zei Maria: ‘Maar ik zie dat je iets in hand hebt’. ‘O’, zei Ezra, ‘dat is een steen…’ ‘Ik denk dat je Jezus daar heel blij mee kunt maken’, zei Maria. ‘Met een steen kan Hij later iets opbouwen’. En aarzelend gaf Ezra zijn steen als geschenk aan Jezus.

Een mooi verhaal. Een verhaal voor kinderen? Ja en nee. Ezra is een priester aan wie een van de boeken in het oude testament toegeschreven is. Hij leidde ongeveer 5000 Judese vluchtelingen uit Babylon terug naar Jeruzalem in 485 voor Christus. Op basis van de Thora 9, de wet in het oude testament, bracht hij de verstrooide joodse gemeenschap weer tot eenheid.
Zou de schrijver van het verhaal – Steen van Ezra – de profeet Ezra in gedachte gehad hebben gehad? Ik weet het niet. De profeet bracht de verstrooide joodse gemeenschap weer tot eenheid. En als je dat idee van een gemeenschap van  verstrooide mensen die weer tot eenheid gebracht werden vasthoudt, dan levert het verhaal zo als wij het gehoord hebben een aanknopingspunt voor wat wij vandaag vieren.

Het geboorteverhaal van Jezus wordt deze dagen ontelbare keren voorgelezen, gevierd, bezongen, net zoals wij dat nu hier doen. Dat is allemaal heel mooi mits het een verschil maakt. En met verschil maken bedoel ik dat het verhaal lieflijk uitgebeeld in schitterende kerstallen in kerken, op markten en kerstkaarten, een snaar raakt in ons diepste binnenste die ons in beweging brengt om in onze tijd, op onze eigen plek, alleen en samen, te bewijzen dat dingen beter kunnen, anders gedaan worden, houdingen ten goede kunnen veranderen.
Dat jongetje Ezra wordt gepest en geplaagd. Hij wordt woedend.
Pesten, geplaagd zijn, niet begrepen, vernederd worden, teleurstellingen, hebben ik en u bij tijd en wijle meegemaakt. Ik ben woedend geweest – u ook? Sommige dingen bleken voor mij onvergeeflijk.
Die Ezra nam een steen om een gat in het hoofd van zijn belager te slaan zodat hij  nooit zou kunnen vergeten. Zou ik soms ook wel willen. Maar net als Ezra, werd mij niet de mogelijkheid gegeven om die woede zo’n kans te geven. Maar omdat die kans er niet was, betekende dat niet dat de woede, de pijn weg was.

Maar goed. Ezra was op pad naar Maria en Jozef en het kindje Jezus. Daar ging het toch eigenlijk om, om op bezoek te gaan. Dus zijn oorspronkelijke goede bedoelingen heeft hij niet helemaal los gelaten en is hij achterna blijven gaan.
Daar aangekomen, werd hem gevraagd wat hij in zijn hand had, wat hij meegebracht had. Die steen – bewijs van zijn woede, instrument van zijn bedoelingen om schade aan te brengen voor het onrecht dat hij beleefde. Al wist hij dat hij, noch de ander daarmee echt geholpen zou worden. Integendeel, het had het alleen nog maar erger gemaakt. Dat kennen wij toch ook – jammer vinden dat we het onrecht ons aangedaan, echt of verondersteld, niet vergeven willen, verhoudingen nieuwe kansen geven.
Eenmaal aangekomen bij Jezus, Maria en Jozef, merkt Maria dat hij iets stevig vastklampt. Ze vraagt hem wat het is – eerst zegt hij ‘Niets’.  Ontkennen dus- dat er iets aan de hand, in zijn hand is. Normale reactie, gebruikelijke reactie wanneer iemand iets bij ons opmerkt waarvan je vindt dat je het daar beslist niet over wilt hebben. Maar Maria laat zich niet voor de gek houden – ‘Maar ik zie dat je iets in je hand hebt’.  Ja, dat kon hij toch moeilijk ontkennen. Dus hij zegt nonchalant – ‘O dat is een steen’. En dan vraagt Maria niet – ‘waarom?’ Nee, ze zegt: ‘Ik denk dat je Jezus daar heel blij mee kunt maken. Met een steen kan hij later iets opbouwen’. Had Maria het vermoeden dat Ezra met die steen kwade bedoelingen had gehad?  Dat wordt niet verteld. Wel wordt verteld dat juist die steen, die oorspronkelijk bedoeld was om schade aan te brengen, een bijdrage biedt om iets moois mee op te bouwen in de toekomst.

Net zoals de profeet Ezra in zijn tijd en in zijn omstandigheden werkte om de verstrooide joodse gemeenschap weer tot eenheid te brengen, zijn wij in onze tijd en binnen onze omstandigheden uitgedaagd om blijvend te werken aan het brengen van eenheid binnen onze verstrooide gemeenschappen, lokaal en internationaal.
Aarzelend gaf Ezra zijn steen als geschenk aan Jezus.

Deze feestdag worden wij, u en ik, genodigd - aarzelend of niet - onze stenen van verdriet, pijn, teleurstelling, woede - gerechtvaardigd of niet - als een geschenk aan Jezus aan te bieden. Dan kan Jezus, zoals Maria het vertelt in het verhaal, er later iets mee opbouwen. Dat is Jezus toevertrouwd – een snaar te raken in ons diepste binnenste die ons in beweging brengt en houdt,  die laat zien dat dingen beter kunnen, anders gedaan worden,  en dat houdingen en verhoudingen ten goede  kunnen veranderen. Dat het zo moge zijn, daarvoor bidden wij.

Zalig Kerstfeest.

Pater Jan Haen C.Ss.R.