B12 12 augustus 2018 - 19e zondag zondag door het jaar

Gepubliceerd op: 14/08/18

Zie hier een mooi schilderij van de Zuid-Nederlandse schilder Jeroen Bosch. Het schilderij heet ‘de dood van een vrek’. Het stelt een smalle kamer voor met daarin een man in een hemelbed die bezoek krijgt van de Dood. Juist op dat moment probeert de duivel hem te verleiden met een zak geld, terwijl een engel hem wijst op het kruis boven de deur.
Aan de voet van het bed bevindt zich een kist met spullen met daarnaast een tweede man. Hij leunt op een stok, terwijl hij met zijn rechterhand muntstuk­ken in een zak werpt, die de duivel voor hem openhoudt. De man laat zijn zilveren rozen­krans ook door zijn vingers glij­den. De duivels slaan op de vlucht, als zij de rozenkrans zien. Dat wordt de redding van de tweede man. Hij liet zich niet door geld en bezit verleiden, maar zoekt naar de hand van Maria. De man die op bed ligt is stervende en hij ziet het voor zich. Wat gaat hij kiezen? Kiest hij voor het geld (veroveren) of kiest hij voor loslaten? De ars moriendi (de kunst om te sterven) was in de tijd van Jeroen Bosch een gewild schilderthema. Sterven is blijkbaar een levenskunst.

Als je geboren wordt wil je als mens de wereld veroveren. Aan het einde van je leven moet je alles loslaten. Veroveren en loslaten. Tussen deze twee polen speelt het menselijk leven zich af. In de eerste periode van je leven ligt de nadruk op veroveren. Als klein kind begin je al. Je trekt het tafelkleed naar je toe, je plundert de ladekast. Niets is veilig voor je. Je wil alles in handen krijgen. En naarmate je ouder wordt en volwassen, des te groter wordt je veroveringsdrang. Je wil kennis opdoen, andere landen en plaatsen bezoeken, de wereld ontdekken. Maar je leert ook al vroeg dat je moet leren loslaten. Een kind, dat wil leren lopen, grijpt naar de handen van zijn moeder. Maar hij zal ook moeten leren die handen weer los te laten. Later moet je je ouderlijk huis loslaten. Je moet je kinderen loslaten, hun eigen weg laten gaan. Soms moet je zelfs letterlijk je kind loslaten, zoals dat bij sommige ouders gebeurt die een kind verliezen.

Wij leven in een wereld die vooral gebaseerd is op veroveren. Alles naar je toetrekken. Jezus laat zien dat dat niet zijn levensvisie is. Bij Hem staat niet het veroveren centraal, maar het breken en delen. En dat is broodnodig, zegt Hij. In het evangelie ziet Johannes Jezus ‘als Iemand die zelf uit de hemel is neergedaald.’ En de omstanders zeggen: maar dat is toch de Zoon van Jozef en Maria? Die kennen we toch! Hoe haalt-ie het in zijn hoofd om zichzelf ‘brood uit de hemel’ te noemen?
Brood uit de hemel! In de Bijbel wordt opvallend vaak over voeding en voedsel uit de hemel gesproken. Zoals ook in de eerste lezing van vandaag uit het eerste boek Koningen. De profeet Elia ligt machteloos neer en wordt aangestoten door een engel die zegt: ‘Elia, sta op en eet!’ Elia eet en loopt 40 dagen en nachten aan één stuk naar de berg Sinaï. Bekend zijn ook de andere broodverhalen, bijvoorbeeld in de woestijn. Een heel volk op weg, moedeloos en hulpeloos. En dan ligt er iets op de grond. Wat is dat?’ (Mannah in het Hebreeuws). En latere generaties zullen juichen en zingen: ‘Brood uit de hemel heeft Hij ons gegeven.’ Het brood dat van Godswege wordt uitgedeeld is niet zomaar voedsel. Brood betekent in de Schrift volstrekte solidariteit van de Eeuwige met de mens onderweg.
Het gaat eigenlijk over heel simpele gebaren: brood en wijn. Maar wat spreekt er een kracht uit! Ik werd gebeld vanuit het ziekenhuis. Een meneer was stervende. Rond het bed - midden in de nacht – sta je daar dan met zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen. Daar sta je dan met je eenvoudige middelen. Wat verschillen ze van de uitgekiende medicamenten en professionaliteit van de doktoren en verpleegkundig personeel, met hun uitgekiende onderzoeksapparaten. Je staat daar met wat brood en wat zalf in je hand. En dan gebeurt het: een laatste oogopslag, een blik van verstandhouding, een moment van uiterste rust en vrede. En daarna zakte hij weg in een coma, waar hij niet meer uitgekomen is. En ik ga naar huis en denk: wat een kracht spreekt er eigenlijk uit zulke eenvoudige gebaren. Voor de buitenstaander zinloos, voor mensen die geloven is de ziekenzalving een onverwoestbaar teken, waarin je mensen tot in de dood nabij mag zijn. Met eenvoudige middelen raak je de diepste diepte van het leven.

Brood en wijn. De Joden morden omdat Jezus gezegd had: ’ik ben het brood van het eeuwig leven’. In plaats van Joden mogen we misschien vertalen: ‘mensen van Nederland of België’. Ze worden dan mensen zoals wij. Bij ons hoor je ook dat gemor. Het is blijkbaar moeilijk om los te komen uit je eigen beklemming. Alles is erop gericht ons leven zelf in stand te houden. We leven vanuit krachten van zelfbehoud en geldingsdrang. Haakvingers die veroveren, in plaats van open handen die breken en delen.

Alleen door te verliezen, van die nieuwe spijs, dat brood, te eten, ons leven te veranderen in Hem, vinden wij de laatste vrijheid waaraan zelfs de dood niets meer kan afdoen. Dat is toch een bijzondere uitnodiging en uitdagend, niet waar!?

Pater Jan Haen C.Ss.R.